Ruzie

Toen ik, in 1803, ruzie had met mijn ouders ging het er altijd van.  
Stemverheffing, priemende vingers en vooral dreigende uitspraken.  
Uitspraken als “jJ hebt niet alleen rechten, maar ook plichten!” of “Denk maar niet dat je er zo makkelijk vanaf komt!” waren geen onbekende van me. 

En, heel gek, maar dat is ook de manier waarop ik gewend ben om ruzie te maken; met stevige uitspraken compleet met dreigende ondertoon: “Je denkt toch niet dat je alles maar kunt doen waar je zin in hebt, daar zitten ook consequenties aan!” 

Dat is niet meer van deze tijd. Tegenwoordig maak je ruzie met drama, ultimatums en een houding waar de ongeïnteresseerdheid vanaf afspat. En het begint meestal bij het horen van een “nee….”  
 
Ontzetting maakt zich van hen meester en dan gaat het los: “Ik mag ook nóóit wat”, afgewisseld met “Iederéén gaat of “Nee, laten we doen zoals jullie het vróeger deden” of: “Ja als ik hier niet heen mag, dan kan ik het verder wel vergeten. En dan wil ik hier ook niet meer wonen”. 

Ik raak er altijd door van streek, wat een heftige uitspraken.  
Slaap er slecht van en pieker me suf hoe het verder moet. En dan moet de nieuwe dag nog beginnen (want zoiets gebeurt bij voorkeur ‘s avonds)….  
Bezwaard en met lood in m’n schoenen ga ik ‘s morgens naar beneden, waar ze al driftig bezig is met het uitpakken van de vaatwasser. “Hai mam, lekker geslapen? Wat zie je er leuk uit”.  
Ik raak ter plekke weer van streek….